Elektronische maatregelen


Als het over inbraak gaat hoor je zeer regelmatig de uitspraak “als ze willen komen ze toch wel binnen”. Het kan inbrekers erg moeilijk worden gemaakt, maar vaak is deze uitspraak waar. Er zijn zelf voorbeelden waarbij inbrekers via het dak of gevel naar binnen gaan. Daarom is het ook zo belangrijk om een goed functionerend inbraakmeldsysteem te hebben. Als de daders eenmaal binnen zijn worden deze gedetecteerd en kan actie worden ondernemen. De keuze voor een installatie en de wijze van opvolging hangt samen met het risico dat wordt gelopen.

Waar moet ik op letten in de keuze van een inbraakmeldsysteem?

De keuze van een inbraakmeldsysteem hangt af van de attractiviteit van de aanwezige zaken in een gebouw, de wijze van opslag ervan, de totaal aanwezige waarde en de ligging. Een betonfabriek loopt een heel ander inbraakrisico als bijvoorbeeld een opslagloods met laptops. De fabriek loopt kans op een toevallige inbraak door een onvoorbereide inbreker die op goed geluk een pand ingaat. Dit type dader werkt vaak met eenvoudig gereedschap. Hier volstaat een eenvoudig inbraakmeldsysteem. In het voorbeeld van opslag van laptops is de kans op een voorbereide inbraak reëel. De eisen aan de beveiligingsmaatregelen, en dus ook de inbraakdetectie, ligt hier veel hoger.

Voor de aanleg van een goed werkende inbraakmeldsysteem zijn de volgende voorwaarden van belang:

  • Ontwerp en aanleg van het systeem moet door een deskundige partij worden gedaan. De installateur moet BORG of VEB gecertificeerd zijn. Deze moet de installatie ook jaarlijks onderhouden.
  • Er moet een risico-inschatting worden gemaakt voor het te beveiligingen gebouw.
  • Het alarm moet worden doorgemeld naar een permanent bewaakte meldkamer, een zogenaamde Particuliere AlarmCentrale (PAC).
  • De alarmmelding moet worden opgevolgd, dat wil zeggen er moet iemand worden ingeschakeld die bij het gebouw gaat kijken of er sprake is van een daadwerkelijk inbraak.

Wat is een inbraakmeldsysteem eigenlijk?

 Een inbraakmeldsysteem bestaat globaal gesproken uit een aantal melders en een centrale. De melders kunnen zogenaamde bewegingsmelders betreffen. Wanneer het systeem is ingeschakeld en je loopt in het detectiegebied van een melder registreert deze melder dit. Daarnaast zijn er vaak melders op toegangsdeuren geplaatst, zogenaamde magneetcontacten. Wanneer het systeem is ingeschakeld en de deur wordt geopend wordt dit door het magneetcontact gedetecteerd. Dit komt omdat de magneten van elkaar worden onderbroken. Als een melder wordt geactiveerd geeft deze dit door naar een centrale besturingskast. Deze centrale zorgt er voor dat de melding kan worden doorgezonden naar een particuliere bewakingsdienst, of in sommige gevallen een telefoon.

Risico-inschaling, hoe gaat dat?

In Nederland wordt gewerkt met de Verbeterde Risico Klasse Indeling (VRKI). Onderdeel van de VRKI is lijst met attractieve zaken. Op deze lijst staan veel voorkomende goederen met daarbij de vermelding of deze laag, middel, hoog of zeer hoog attractief zijn. De score is mede afhankelijk van het feit of de goederen in gebruik zijn, in een winkel of showroom liggen of in een magazijn. Wanneer de mate van attractiviteit is bepaald moet worden bepaald wat de waarde van de zaken is. De hoogte van de waarde en de bepaling van de attractiviteit bepalen de klasse waarin het risicoadres valt (zie: attractieve zaken).

Deze klasse-indeling bepaalt waaraan een inbraakmeldsysteem moet voldoen. De laagste klasse is 1 en de hoogste 4*. Er is ook een VRKI voor woningen. Vanaf klasse 3 is sprake van maatwerk. De hoogte van de risicoklasse-indeling bepaalt overigens ook de eisen aan de bouwkundige en organisatorische maatregelen. Het hebben van meeneembeperkende maatregelen of compartimenten leiden tot lagere eisen aan de overige maatregelen.

Wat betekent de risicoinschalling voor de uiteindelijke uitvoering van het inbraakmeldsysteem?

Hoe hoger de risico-inschaling hoe zwaarder de eisen aan het inbraakmeldsysteem. De verschillen in de kwaliteit worden, naast de kwaliteit van de componenten zelf, door de volgende factoren bepaald:

  1. Al dan niet maskeerbeveiligde melders: een maskeerbeveiligde melder is beveiligd tegen sabotage. Wanneer de melder overdag bijvoorbeeld wordt afgeplakt zal dit bij het inschakelen van het systeem worden gemeld. Dit is vooral van belang in publiek toegankelijke ruimten.
  2. De wijze van doormelding: deze kan onbeveiligd (AL1) of beveiligd (AL2) zijn. Momenteel vindt de doormelding vaak via telefoonlijnen plaats. Op korte termijn zullen alle doormelding via IP (internet) plaatsvinden. Doormelding via vaste lijnen zal dan niet meer ondersteund worden. Er is ook nog een AL3 doormelding, dat is AL2 aangevuld met een back up doormelding via een AL1 lijn.
  3. De klasse-indeling bepaalt de wijze van opvolging: Dit kan in eigen beheer zijn, dus door eigen mensen. Maar ook opvolging door een particuliere bewakingsdienst, soms aangevuld met politieopvolging, kan worden geëist. Voor opvolging van de politie is overigens verificatie vereist. Dit kan naast menselijke verificatie ook technische verificatie zijn, zoals bevestiging van de inbraak door camerabeelden of dubbele detectie.
  4. Het moment van detectie: vanaf klasse 3 kan worden geeist dat detectie plaatsvindt vanaf de schil. Dus op het moment dat men de inbraakpoging van buitenaf start moet dit al worden gedetecteerd. Dit kan bijvoorbeeld door trildetectie op gevels en ramen of door intelligente camerasystemen waarvan de beelden vanuit een meldkamer kunnen worden bekeken.

Misverstanden omtrent inbraakmeldsystemen

  1. Er ligt hier niets van waarde dus voor mijn bedrijf is geen inbraakmeldsysteem nodig. ONJUIST: inbrekers werken soms op goed geluk en zodoende kan ook een inbraak plaatsvinden al is er weinig in een gebouw te halen. Het gevolg kan zijn brandstichting door frustratie of om sporen te wissen. Ook vernielen na inbraak komen regelmatig voor. Met een inbraakmeldsysteem kunnen deze verstrekkende gevolgen worden voorkomen.
  2. Op basis van het VRKI is het gemakkelijk een geschikt inbraakmeldsysteem voor mijn gebouw te realiseren. ONJUIST: als de hoeveelheid attractieve zaken beperkt is zijn de eisen aan een inbraakmeldsysteem beperkt. Maar als het risico hoger is zal sprake moeten zijn van maatwerk. De risicodeskundigen van Delta Lloyd zijn uitstekend in staat u hierin te adviseren. U kunt hiervoor contact opnemen met 020-5942333.

Welk risico loopt u?

Wilt u weten welke risico's u in uw specifieke branche loopt? Doe dan de risicoscan voor ondernemers!

Alle verzekeringen in één pakket

Sluit al uw zakelijke verzekeringen in één keer af met het scherp geprijsde Ondernemerspakket.

Delta Lloyd maakt gebruik van cookies

Op onze websites maken wij gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om onze websites te verbeteren en gebruikersvriendelijker te maken, social media aan te bieden en relevante advertenties te kunnen tonen.

Meer informatie.

Gaat u akkoord met het plaatsen van cookies?