Pensioenleeftijd 68

Vragen en antwoorden over de wettelijke wijzigingen

In 2022 gaat de AOW-leeftijd opnieuw een stapje omhoog, naar 67 jaar en 3 maanden. Daarnaast gaat de pensioenleeftijd voor pensioenregelingen per 1 januari 2018 naar 68 jaar. Op deze pagina vindt u een aantal vragen en antwoorden over deze wettelijke wijzigingen.

Hebt u vragen over de gevolgen voor uw pensioenregeling? Bekijk dan de vragen en antwoorden over de aanpassing van uw pensioenregeling.

Waarom gaan de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd omhoog?

De AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd zijn afhankelijk van de levensverwachting van 65-jarigen. Dit is vastgelegd in wetgeving. Op 31 oktober 2016 maakte het CBS de nieuwe prognose voor de gemiddelde levensverwachting bekend. Op grond van deze prognose heeft de overheid de AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd verhoogd. Dit is op 21 december 2016 door de overheid gepubliceerd in een Algemene Maatregel van Bestuur. Hierin staat dat:
  • de pensioenrichtleeftijd op 1 januari 2018 omhoog gaat van 67 naar 68 jaar. 
  • de AOW-leeftijd vanaf 2022 naar 67 jaar en 3 maanden gaat.

Voor wie geldt de (nieuwe) AOW leeftijd?

Wanneer de AOW ingaat, hangt af van de geboortedatum. Vanaf 2022 hangt de AOW-leeftijd voortaan af van hoe oud mensen gemiddeld worden. De nieuwe AOW-leeftijd van 67 jaar en 3 maanden geldt vanaf 2022 en dus voor mensen die geboren zijn na 31 december 1954. Ieder jaar wordt opnieuw beoordeeld of de AOW leeftijd en de pensioenrichtleeftijd verder omhoog gaan. De overheid publiceert de nieuwe AOW-leeftijd 5 jaar van te voren.

Geboortedatum
AOW in
Leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat
Voor 1 januari 1948
2012
65
Na 31 december 1947 en voor 1 december 1948
2013
65 + 1 maand
Na 30 november 1948 en voor 1 november 1949
2014
65 + 2 maanden
Na 31 oktober 1949  en voor 1 oktober 1950
2015
65 + 3 maanden
Na 30 september 1950  en voor 1 juli 1951
2016
65 + 6 maanden
Na 30 juni 1951 en voor 1 april 1952
2017
65 + 9 maanden
Na 31 maart 1952 en voor 1 januari 1953
2018
66
Na 31 december 1952 en voor 1 september 1953
2019
66 + 4 maanden
Na 31 augustus 1953 en voor 1 mei 1954
2020
66 + 8 maanden
Na 30 april 1954 en voor 1 januari 1955
2021
67
Na 31 december 1954
2022
67 + 3 maanden

  Op de website van de overheid leest u meer over de AOW.

Wat veranderd er voor pensioenregelingen?

Naast de verhoging van de AOW-leeftijd, gaat op 1 januari 2018 de pensioenrichtleeftijd van pensioenregelingen omhoog. Het blijft mogelijk om de pensioenregeling op 67 jaar te handhaven. Maar dan moet de pensioenregeling wel passen binnen de nieuwe fiscale grenzen.

Wat is de nieuwe maximale pensioenopbouw voor midddelloon- en eindloonregelingen?

In de tabel ziet u de nieuwe maximale pensioenopbouw per jaar als percentage van het pensioengevend salaris. Het percentage bij 68 jaar is het oude percentage bij 67 jaar. Door de langere opbouwperiode en de kortere uitkeringsperiode wordt de premie voor een middelloon- of eindloonregeling iets lager.

Maximale opbouwpercentages ouderdomspensioen:

Leeftijd
Middelloon oud
Middelloon nieuw
Eindloon oud
Eindloon nieuw
68
-
1,875%
-
1,657%
67
1,875%
1,738%
1,657%
1,535%
66
1,739%
1,614%
1,536%
1,426%
65
1,616%
1,502%
1,428%
1,327%
64
1,504%
1,400%
1,329%
1,237%
63
1,403%
1,307%
1,240%
1,155%
62
1,311%
1,222%
1,158%
1,080%
61
1,226%
1,145%
1,084%
1,011%
60
1,149%
1,073%
1,015%
0,949%

Wat is de nieuiwe maximale pensioenopbouw voor beschikbare premieregelingen?

Voor beschikbare premieregelingen gelden vanaf 1 januari 2018 nieuwe maximale fiscale staffels. Deze zijn gebaseerd op een opbouw van 1,875% per dienstjaar bij een middelloonregeling met pensioenleeftijd 68 jaar. Omdat de premie voor een middelloonregeling iets lager wordt, gaat de toegestane premie-inleg bij een beschikbare premieregeling omlaag.

Lees meer over de nieuwe beschikbare premiestaffels op de website van de Belastingdienst.