Print pagina

Over pensioen

Soorten pensioen

Pensioen is geld voor later, als u niet meer hoeft te werken. Het is het geld dat u krijgt uitgekeerd als u met pensioen gaat. Als u overlijdt, krijgt uw partner vaak pensioen.

Pensioen van de Nederlandse overheid

Iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt, krijgt van de overheid een basispensioen. Dit basispensioen heet een AOW-uitkering. Om een volledige AOW te krijgen, moet u in Nederland hebben gewoond in de 50 jaar voordat u uw AOW-leeftijd bereikt. U krijgt 2 procent minder AOW voor elk jaar dat u in die periode niet in Nederland hebt gewoond.

Bij overlijden

Als u overlijdt, heeft uw partner recht op een uitkering. De nabestaandenuitkering uit de Algemene nabestaandenwet (Anw). Deze uitkering krijgt uw partner niet zomaar. Uw partner moet daarvoor wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Arbeidsongeschikt

Ook als u langdurig ziek bent, kunt u een uitkering krijgen van de Nederlandse staat. Deze uitkering heet een WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Er zijn binnen deze wet twee regelingen:

  • IVA, Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten
    Bent u als werknemer voor meer dan 80 procent arbeidsongeschikt? Dan kunt u een IVA-uitkering krijgen. Met een IVA-uitkering krijgt u 75 procent van het salaris (er zit een maximumgrens aan dit bedrag van 45.000 euro).
  • WGA, Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten
    Bent u als werknemer niet helemaal arbeidsongeschikt, maar wel ten minste 35 procent? Dan hebt u recht op een WGA-uitkering.

Pensioen van de werkgever

Het pensioen dat u opbouwt bij uw werkgever(s) is een aanvulling op het basispensioen van de overheid. Over een deel van uw loon bouwt u geen pensioen op. We noemen dat deel de ‘franchise’. Dat is omdat u naast uw pensioen ook al een AOW-uitkering ontvangt van de Nederlandse staat.

Levenslang

Het ouderdomspensioen dat u bij uw werkgever hebt opgebouwd, wordt levenslang aan u uitgekeerd vanaf de leeftijd dat u met pensioen gaat.

Bij overlijden

Het kan zijn dat u ook bent verzekerd voor een partner- en/of wezenpensioen. Dat betekent dat uw partner of minderjarige kinderen pensioengeld krijgen als u overlijdt.

Arbeidsongeschikt en pensioen

U bent misschien ook verzekerd voor een arbeidsongeschiktheidspensioen. Zo’n pensioen krijgt u als u niet meer kunt werken. Het is bedoeld om u een inkomen te verschaffen tot de leeftijd dat u met pensioen gaat. Deze pensioenregeling bij arbeidsongeschiktheid stopt daarom uiterlijk op de leeftijd dat u met pensioen gaat.

Zelf sparen voor pensioen

Ook kunt u zelf sparen voor uw pensioen. U kunt dan bijvoorbeeld eerder stoppen met werken of zorgen voor wat extra’s voor uw oude dag. Er zijn verschillende mogelijkheden om te sparen voor uw pensioen:

  • sparen met een bancaire lijfrente rekening
  • beleggen
  • eigen huis of aandelen kopen
  • lijfrenteverzekering afsluiten
  • Met een lijfrenteverzekering betaalt u elke maand of elk jaar een premie. Als de verzekering eindigt, krijgt u tot aan uw overlijden iedere maand een uitkering.
  • sparen in een levensloopregeling
    U spaart dan met uw brutosalaris. De werkgever zet dat bedrag op een speciale rekening. Per jaar mag u maximaal 12 procent van uw loon opzijzetten in de levensloopregeling. U mag tot 210 procent van het brutojaarloon in totaal sparen. 

Over geldzaken en pensioen

Voor onafhankelijke informatie over geldzaken en pensioen: