Delta Lloyd maakt gebruik van cookies

Om toegang te krijgen tot deze omgeving dient u akkoord te gaan met het plaatsen van cookies.

In ons privacy statement leest u waarom wij cookies gebruiken. Cookies helpen Delta Lloyd om de website te verbeteren en het gebruiksgemak te verhogen.

Als u op akkoord klikt, geeft u toestemming voor het plaatsen van cookies. Hierna kunt u gebruik maken van alle onderdelen van deze website.

 
 
 
 

4 Redenen waarom ons robuuste pensioenstelsel toch op de schop moet

Ons pensioenstelsel verandert. Is dat eigenlijk wel nodig?

Het woord ‘onhoudbaar’ kleeft hardnekkig aan ons pensioenstelsel. Ook denken veel jongeren dat die pensioenpot wel leeg zal zijn als hun oude dag aanbreekt. Terwijl de pensioenfondsen maar liefst € 1400 miljard in kas hebben en ons stelsel juist geprezen wordt als één van de meest robuuste ter wereld. Tijd dus voor extra duiding nu het kabinet de eerste hervormingsplannen voor werknemerspensioenen ontvouwt. Plus: 5 mogelijkheden om zelf te zorgen dat je straks voldoende geld hebt.

“Er zijn vier factoren waarom het pensioenstelsel op de schop moet”, meldt Bram van Els, woordvoerder van de Pensioenfederatie, de koepelorganisatie van de Nederlandse pensioenfondsen. “De eerste is demografisch: de sterk gestegen levensverwachting. De afgelopen vijftig jaar is de gemiddelde levensverwachting in Nederland met maar liefst acht jaar gestegen. Dat betekent dus ook acht jaar langer pensioen. Voor die extra levensjaren is door de huidige generatie gepensioneerden onvoldoende premie betaald. Maar de uitkering loopt natuurlijk wel levenslang, hoe oud je ook wordt.”

Door de toegenomen levensverwachting en de babyboomgeneratie (geboren tussen 1946-1970) is de bevolking de afgelopen decennia bovendien vergrijsd. Hierdoor zijn en komen er steeds minder werkenden die pensioenpremies betalen en juist meer gepensioneerden die pensioenuitkeringen ontvangen. Om deze verhouding meer in balans te brengen is de AOW- (stapsgewijs) en pensioenleeftijd (in één keer) verhoogd naar 67 jaar.

Alleen AOW

“Een andere factor is de gewijzigde arbeidsmarkt”, vervolgt Van Els. “Het pensioenstelsel is ooit bedacht met het idee dat je op je 25ste een baan krijgt en dat je 40 jaar later bij diezelfde werkgever voor je pensioen wordt uitgezwaaid. Dat is nu zeldzaam. Mensen hebben verschillende banen, werken meer in deeltijd en beginnen steeds vaker voor zichzelf als zzp’er. Die laatste groep valt nu min of meer buiten de boot, want zij bouwen als zelfstandige geen pensioen op via werkgevers. Zzp’ers hebben straks alleen hun AOW, het basispensioen van de Rijksoverheid, als ze hun pensioen zelf niet verder aanvullen.”

Doorsnee

Veel mensen denken dat deze veranderingen leiden tot een scheve herverdeling van pensioengelden. En dat klopt ook als je niet het geijkte loopbaanpad bewandelt. Het huidige stelsel voor de werknemerspensioenen is bij pensioenfondsen namelijk gebaseerd op een ‘doorsnee’-systematiek. Dat is een opbouw-methode die uitgaat van solidariteit tussen generaties. Van Els: “Iedereen betaalt dan als premie hetzelfde percentage van zijn of haar loon, ongeacht leeftijd. In de praktijk betalen jonge(re) werkenden hierdoor verhoudingsgewijs meer dan oudere; het ‘jonge’ geld kan immers veel langer renderen.”

‘Voor je 45ste betaal je te veel, daarna te weinig’

Een rekenvoorbeeld: als je nu € 100 inlegt, is dat door de rendementen over 40 jaar veel meer waard dan over 5 jaar. Kortom: hoe dichter je tegen je pensioen aanzit, hoe minder je ingelegde euro nog oplevert. Van Els: “Iedereen moet door dit systeem eigenlijk de hele pensioenrit uitzitten om maximaal te profiteren. Het omslagpunt ligt rond de 45 jaar. Voor die tijd betaal je eigenlijk te veel premie, daarna te weinig. Stap je halverwege uit – bijvoorbeeld omdat je voor jezelf begint, dan profiteer je niet van de relatief goedkope oudere jaren.”

Pensioenen onder water

Dit herverdelingsvraagstuk werd niet echt als een groot issue ervaren toen er nog gewoon voldoende geld voor iedereen beschikbaar was. Maar dat is nu niet meer zo zeker, tenminste als we afgaan op alarmerende krantenberichten zoals ‘DNB: 6,5 miljoen pensioenen staan onder water’ (FD.nl, 26 juli 2016). Daarmee komen we ook direct aan bij de derde cruciale factor waarom ons pensioenstelsel niet langer houdbaar is. Ons pensioenstelsel blijkt sterk afhankelijk van de economische situatie in de wereld die nog altijd vrij onzeker is. Sinds 2008 zitten we eigenlijk al in zwaar weer. Het ergste leed lijkt wellicht geleden, maar terrorisme, een Brexit of stresstesten van Europese banken leiden nog altijd tot nervositeit op de financiële markten. En daarvan zijn onze pensioenen dus afhankelijk.

Dat geldt voor nagenoeg alle soorten pensioenovereenkomsten. Dus voor deelnemers die verplicht pensioen opbouwen via een bedrijfstakpensioenfonds zoals het ABP (voor overheid en onderwijs). Voor werknemers die meedoen in ondernemingspensioenfondsen van bijvoorbeeld Shell of IKEA. Maar ook als jouw werkgever een regeling via een verzekeraar heeft lopen.

‘Pensioen garanderen is voor werkgevers duur geworden’

Olaf Ruijter, pensioenspecialist van Delta Lloyd: “In de huidige economische situatie is het voor veel werkgevers te duur om de hoogte van de pensioenuitkering te garanderen. Bij pensioenfondsen zien we dat terug doordat werkgevers een vaste premie afspreken of niet altijd meer bereid zijn om bij te storten. Wij als verzekeraar zien dat terug in een versnelde overgang naar DC-regelingen, ook wel beschikbare premieregelingen genoemd. Hierbij betalen werkgevers een vooraf vastgestelde premie waarmee deelnemers hun vermogen opbouwen. Het beleggingsrisico is dan verplaatst naar de deelnemer en de garantie op een specifiek pensioeninkomen vervalt.”

Goede rendementen

Het Nederlandse pensioenstelsel is gebaseerd op kapitaaldekking, oftewel: we zetten nu geld apart voor de pensioenen van later. Dat geld groeit door winsten op effectenbeurzen, obligatiemarkten en andere beleggingen zoals vastgoed en hypotheken. Tot nu toe ging dat altijd goed. En nog steeds eigenlijk. Zo heeft Nederlands grootste pensioenfonds ABP in de periode 1993-2015 een gemiddeld rendement gerealiseerd van 7% per jaar – en deed dat na 2008 ook nog. Dat geldt voor veel fondsen. Toch meldde bestuursvoorzitter Corien Wortmann-Kool onlangs dat de actuele dekkingsgraad van het ABP net boven de kritische grens van 90% zit. Dat is de grens die in december bepaalt of er in 2017 kortingen komen, zoals verlaging van de uitkeringen of wederom geen indexering.

De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre een fonds aan zijn huidige en toekomstige – vaak beloofde - pensioenverplichtingen kan voldoen. Bij 100% dekking is er precies voldoende geld in kas om alle pensioenen uit te betalen. De wet vereist een minimale dekkingsgraad van 105%, zodat de fondsen ook over een buffer beschikken. Momenteel is de gemiddelde beleidsdekkingsgraad van alle fondsen samen 99,6% (peildatum: tweede kwartaal 2016). Vandaar dat er nu miljoenen pensioenen onder water staan.

Waarom pensioenpaniek?

Goede rendementen en toch pensioenpaniek door die lage dekkingsgraden. Dat voelt tegenstrijdig. Hoe te verklaren? De Nederlandse Bank (DNB) schrijft in haar jaarverslag 2015 (pdf) dat de kosten van pensioenregelingen in Nederland enorm zijn gestegen. Ten opzichte van 1970 is hetzelfde pensioen bijna twee keer zo duur geworden. Voor een kwart wordt dit door de DNB verklaart door de toename van de levensverwachting, voor driekwart door de daling van de kapitaalmarktrente. “Gek genoeg is onze pensioenpot sinds het begin van de crisis verdubbeld naar het astronomische bedrag van € 1400 miljard. Maar de dekkingsgraden staan nu op een kritisch laag niveau, terwijl die in 2008 - met de helft van het geld - ruim boven die 100% stonden’, vertelt Van Els van de Pensioenfederatie. “De oorzaak: de dekkingsgraad wordt voornamelijk bepaald aan de hand van de marktrente – en die is nu veel lager dan toen. Deze rekenrente vormt de maatstaf voor hoeveel geld we vandaag opzij moeten zetten voor de pensioenen van straks. Nu de rente extreem laag is, moeten we eigenlijk rekenen alsof we de komende decennia nauwelijks geld verdienen met onze beleggingen. En dat maakt dat er nu veel extra geld nodig is. Dat zet de financiële positie van pensioenfondsen onder druk. Meer geld in kas dan ooit en toch dreigende pensioenverlagingen. Dat is niet meer uit te leggen. De betere uitlegbaarheid van ons pensioensysteem is daarom wat ons betreft de vierde reden voor hervorming van het stelsel.”

‘We rekenen ons nu wel heel erg arm’

Het verschil tussen daadwerkelijke en verwachte rendementen maakt de situatie zo complex. Lans Bovenberg, pensioenexpert en hoogleraar economie bij de Tilburg University: “Die rekenrente is geen perfecte indicator voor hoe onze pensioenen er echt voor staan. Het geeft een te pessimistisch beeld van de rendementen, we rekenen ons nu wel heel erg arm. Ik zou de rekenrente hoger zetten, zodat die meer in de buurt komt van de verwachte rendementen. Maar dat zou in het huidige stelsel tot veel rumoer leiden, verwacht ik. Als er niet gekort wordt op de huidige pensioenen, zullen de jongere generaties nog harder roepen dat er straks voor hen niets overblijft. De rekening wordt nu voorlopig betaald door de ouderen.”

Een nieuw stelsel

Het goede nieuws: het stelsel gaat veranderen als het aan het kabinet ligt. “Terecht,” vindt Bovenberg, “hervorming is nodig omdat niemand het stelsel nog begrijpt. Het is ondoorzichtig en leidt bovendien tot de genoemde generatieconflicten. Dat wil je niet.” Bij beschikbare premieregelingen die verzekeraars aanbieden is het issue tussen de generaties al opgelost: je betaalt minder als je jong bent, en meer als je ouder bent. Dat komt omdat deze regelingen zijn afgestemd op het individu. Er wordt voor de premiebepaling namelijk gekeken naar de looptijd tot je pensioendatum en iedereen heeft een eigen potje.

Iedereen een eigen potje binnen het grotere collectief

Om in het nieuwe stelsel voldoende rekening te houden met collectiviteit en onderlinge solidariteit heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) een verkenning gedaan naar een mogelijk nieuwe pensioenovereenkomst: het ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’. Elke deelnemer bouwt dan eveneens vermogen op in een eigen potje, maar dan binnen het grotere collectief. Om zo risico’s te delen die voor alle generaties gelden. Denk aan mensen die later overlijden dan de levensverwachting – die wil je als maatschappij natuurlijk ook een uitkering geven. Of dat we pensioen blijven opbouwen als we arbeidsongeschikt raken. En dan zijn er nog bijvoorbeeld beleggingsrisico’s die ons allen kunnen treffen, omdat het op de financiële markten soms ook enorm kan spoken zoals we in 2008 hebben gezien.

Ruijter van Delta Lloyd: “De ideeën van de SER over persoonlijk pensioenvermogen en het delen van risico’s liggen dicht bij onze corebusiness als verzekeraar. We zijn dagelijks bezig met risico’s inschatten en prijzen. Zo kunnen mensen zich natuurlijk al verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid of vroegtijdig overlijden en keren we bij veel pensioenproducten ook uit als mensen langer leven dan verwacht. Wij verwachten dan ook dat we straks voor alle varianten van risicodeling een verzekeringsoplossing kunnen aanbieden. Via het Verbond van Verzekeraars praten wij mee over de hervormingsplannen. Ook om erop te letten dat de zaken niet te complex gaan worden. Ik vind het persoonlijk heel belangrijk dat we de gekozen variant straks goed kunnen uitleggen. Dat het dus helder is voor iedereen.”

Pensioenperspectief

De SER-ideeën zijn omarmd door staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken). Begin juli heeft zij de voorstellen ook aan de Tweede Kamer aangeboden als Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel. De nota van Klijnsma bevat in grote lijnen vier kernpunten:

  • Een toereikend pensioen voor alle werkenden. Dus ook voor flexwerkers, (kleine) zelfstandigen en werknemers die geen pensioen opbouwen via hun werkgever.

  • Het afschaffen van de doorsnee-systematiek. Om daarmee de oneerlijk geachte herverdeling tussen generaties tegen te gaan.

  • Nieuwe pensioenovereenkomsten. Met waarschijnlijk als basis het door de SER voorgestelde ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’.

  • Meer keuzevrijheid en maatwerk. Meer zeggenschap voor de burgers zelf dus, ofwel: ook mogelijkheden tot opbouw op basis van persoonlijke wensen en afspraken.

De focus zal steeds meer komen te liggen op die eigen pensioenpot, is de verwachting van Bovenberg en Ruijter. We kijken daardoor straks minder naar een vooraf bepaalde pensioenuitkering en meer naar de opbouw van het pensioenvermogen. Dus naar: hoe groot wordt onze pot en wat is daarbij het verwachte pensioeninkomen?

Toch hoeven we niet te wachten op het nieuwe stelsel. Ook nu zijn er al mogelijkheden om zelf een sterke koers uit te zetten voor je inkomen voor later. We zetten ze hier op een rij:

1. Langer doorwerken / Deeltijdpensioen

“Het belangrijkste kapitaal van een mens is de eigen verdiencapaciteit”, aldus hoogleraar Bovenberg. “En nu we langer gezond blijven, zijn er ook meer mensen die liever met deeltijdpensioen gaan of langer doorwerken. Ook omdat dat loont: als je één jaar langer doorwerkt na je pensioengerechtigde leeftijd, ontvang je maar liefst 7% extra pensioenuitkering gedurende de rest van je leven.”

Han Nauta (64) is een voorbeeld van iemand die koos voor vervroegd pensioen in combinatie met doorwerken. Nauta werkt nu alleen op dagen en uren die hij zelf bewust kiest: “Ik sta hierdoor nog met beide benen in de maatschappij. Heerlijk!”

Lees hier het verhaal van Han Nauta

2. Een plakbandpensioen (minder geld uitgeven)

Veel mensen vergeten dat hun uitgaven vaak lager uitvallen als je ouder wordt. Geen studerende kinderen meer bijvoorbeeld. Of je koophuis is nagenoeg afbetaald. En wellicht zijn die twee auto’s niet meer per se nodig. Volgens Gerhard Hormann, auteur van het boek ‘Het Plakbandpensioen’, is het verdiepen in je pensioen ook niet een kwestie van je afvragen ‘wat ga ik later krijgen?’ maar eerder ‘wat heb ik straks nodig?’ “Weinig als je zuinig leeft”, is het antwoord van Hormann die al op zijn 55ste met vervroegd pensioen ging.

3. Huis als appeltje voor de dorst (verkopen of hypotheek aflossen)

De hypotheek (versneld) aflossen of je huis verkopen is ook een manier van vermogen opbouwen. Bovenberg noemt aflossen “pensioen in natura”. Iemand met een afbetaalde woning heeft immers minder pensioen nodig dan iemand die huurt en nog maandelijkse woonlasten heeft. Een koophuis wordt dan een soort pensioenpotje.

Kees de Lange (66) verhuisde naar een stadswoning en speelde met de overwaarde van zijn oude huis geld vrij voor zijn pensioen. ‘Kleiner wonen voelt goed als het een vrije keuze is’.

Lees hier de koers van Kees de Lange

4. Banksparen als pensioenaanvulling

Veel mensen kiezen tegenwoordig voor banksparen via een bancaire lijfrenterekening om zelf nog wat extra pensioen op te bouwen. Naast sparen kun je met zo’n rekening ook kiezen voor beleggen, of voor een combinatie van deze twee. Olaf Ruijter van Delta Lloyd, “Bankparen als pensioenaanvulling is heel transparant; het is eigenlijk gewoon een bankrekening die geblokkeerd is totdat je met pensioen gaat. De inleg is onder voorwaarden aftrekbaar en de uitkering belast net als bij pensioen via de werkgever. Ook betaal je over het opgebouwde pensioenvermogen geen vermogensbelasting. Dat is interessant. Wel zit er een limiet aan het bedrag dat je jaarlijks mag storten: de zogeheten jaarruimte. Voor het berekenen daarvan zijn er handige tools. Het nadeel aan banksparen is dat de uitkering bij vroegtijdig overlijden beperkt is tot de inhoud van de pot en niet leidt tot een levenslang nabestaandenpensioen, wat bij een pensioenverzekering wel het geval is."

5. Variabele pensioenuitkering (doorbeleggen)

Per 1 september 2016 is er door de wet Variabele Pensioenuitkering nog een mogelijkheid bijgekomen voor mensen die een beschikbare premieregeling hebben. Deze nieuwe optie wordt ook ‘doorbeleggen’ genoemd. Ruijter: “Zoals de naam van de wet al aangeeft, is dit één van de nieuwe maatregelen die mensen meer keuzevrijheid biedt voor hun pensioenopbouw. Een beschikbare premieregeling had namelijk als beperking dat je bij het vrijkomen van het opgebouwde kapitaal een levenslang ouderdomspensioen moet aankopen tegen de prijs van dat moment. Denk dan aan producten als een lijfrente – of pensioenuitkering. Als de rente dan net laag staat, zoals nu het geval, krijg je relatief weinig pensioen voor je geld. Dankzij de nieuwe wet kun je kiezen voor een variabele uitkering waarbij (een deel van) het pensioengeld in beleggingen aangehouden wordt. Zodat de kans op meer rendement en daarmee een hogere pensioenuitkering groter is. Let wel: het blijft beleggen, dus het rendement kan ook lager uitvallen. Als je voor deze nieuwe optie variabele pensioenuitkering wilt gaan, moet je hier al wel tijdens de opbouwfase rekening mee houden. Bespreek het dus tijdig met een onafhankelijk adviseur.”

Een robuust stelsel

Hoewel de garandeerde pensioenuitkering niet langer vanzelfsprekend is, zijn er dus ook binnen het huidige stelsel volop mogelijkheden om zelf iets aan pensioenopbouw te doen. Is al dat negativisme over ons stelsel eigenlijk ook niet wat te veel? Ons huidige stelsel staat namelijk samen met die van Denemarken bovenaan in de Global Pension Index (2015) [pdf] van de Amerikaanse adviesorganisatie Mercer. Beide stelsels worden aangeduid als de meest robuuste pensioensystemen ter wereld. En ook de internationale Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) merkt op dat ons pensioenstelsel ertoe heeft geleid dat we de minste armoede hebben onder ouderen, van alle onderzochte landen welteverstaan (bron: ‘Pensions at a Glance 2015’, pag. 171). We mogen dus best een beetje trots zijn, helemaal als je bedenkt dat de hervormingen nu al op de tekentafel liggen.

Delta Lloyd en pensioen

Wij creëren waarde voor onze klanten door gemakkelijke en duurzame oplossingen te bieden zodat zij beter kunnen omgaan met onzekerheid. We participeren ook actief in de discussie over het pensioenstelsel en we laten jaarlijks het onderzoek ‘Hoe gaat Nederland met pensioen?’ uitvoeren door onderzoeksbureau GfK. Hiermee willen we het bewustzijn over pensioen in Nederland vergroten, waarbij ook thema's als zingeving, een sociaal netwerk, vitaliteit en mobiliteit aan bod komen. Omdat er meer nodig is dan financiële zekerheid alleen om gelukkig ouder te worden. Ook helpen we met de Delta Lloyd Foundation kwetsbare groepen op weg naar meer financiële zelfredzaamheid.

Je huis als pensioenpotje, hoe werkt het?

Over de keuze tussen verkopen van je huis of lagere woonlasten.

 

Neem contact met ons op

FacebookTwitterMailTelefoon
Advies nodig?
Vind een adviseur bij u in de buurt

Delta Lloyd maakt gebruik van cookies

Op onze websites maken wij gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om onze websites te verbeteren en gebruikersvriendelijker te maken, social media aan te bieden en relevante advertenties te kunnen tonen.

Meer informatie.

Gaat u akkoord met het plaatsen van cookies?