Naoberschap, platteland, gemeenschapszin

Op het platteland doen ze het steeds vaker zelf

13 december 2017

Naoberschap is terug. De veelgebruikte term uit vooral het oosten van het land betekent ‘vergaande burenhulp’. Kortom: er voor elkaar zijn als (dorps)gemeenschap en… dan gewoon samen dingen oppakken. Drie voorbeelden.

Plattelands- gemeenten krimpen

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is krimp de komende jaren het sleutelwoord als het gaat om bevolkingsgroei. In deze infographic is te zien dat vooral het oosten tot 2030 te maken krijgen met krimp. Met name de plattelandsgemeenten aan de rand van Nederland gaan krimpen. De grote steden verstevigen hun positie in de groeiranglijst. De krimp concentreert zich volgens het PBL in Delfzijl en omgeving, grote delen van Drenthe, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen en delen van de provincie Limburg.

Er voor elkaar zijn

Wat betekent dit in de praktijk? Dorpen die te maken krijgen met steeds minder inwoners, zien zich geconfronteerd met een terugloop van het aantal winkels, scholen, sport- en andere verenigingen. En ook andere noodzakelijke voorzieningen zoals politiebureaus, ambulances of banken verdwijnen geheel uit de dorpen. Die lossen dit in veel gevallen op door er voor elkaar te zijn, door naoberschap. Hoe ze dat precies doen?

Sauwerd (Groningen): dorpswinkel

Een mooi voorbeeld van gemeenschapszin is het dorpje Sauwerd, waar de supermarkt in 2016 zijn deuren sloot. De inwoners legden zich er niet bij neer en richtten dorpencoöperatie Reitdiepdal. Een aantal dorpsbewoners besloten mede-eigenaar te worden om zo de dorpssuper terug te krijgen. Dat lukte: op donderdag 31 augustus 2017 verrichtte de Groningse Commissaris der Koning René Paas de officiële (her)opening van de dorpssupermarkt. Als je samen het belang inziet en het gewoon gaat doen; krijg je het ook voor elkaar. Maar voor het zover was, staken de dorpsbewoners die mede-eigenaar werden wel eerst de handen uit de mouwen om hun eigen winkelpand te slopen, schilderen en inrichten.

Een win-win voor het hele dorp

Hoenderloo (Gelderland): integrale streekschool

In het dorp Hoenderloo (onder Apeldoorn, Gelderland) sloot in 2015 de openbare basisschool vanwege terugloop in het aantal leerlingen. Een groep ouders besloot in 2016 te bekijken of er niet toch een basisschool en kinderopvang in het dorp mogelijk waren. En dat is gelukt. De oprichting van de integrale streekschool kreeg in november 2017 groen licht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De school opent naar verwachting in 2018 de deuren. De opening van de school is niet alleen goed om inwoners aan te trekken, ook voor de verenigingen die er hierdoor weer jonge aanwas bij krijgen. Een win-win voor het hele dorp dus.

Westerwolde (Groningen): i-beacon project

Ook de EU wil de leefbaarheid bevorderen op het platteland. Zo is er een Europees subsidieprogramma, LEADER geheten, dat gericht is op samenwerking binnen regio’s. In Nederland zijn twintig LEADER-gebieden aangewezen waarin projecten subsidie kunnen krijgen om op originele wijze de leef- en werkomgeving op het platteland te verbeteren. Een voorbeeld van een project is het gebruik van i-beacontechnologie om bezoekers een extra ervaring te geven bij een bezoek aan de Groningse dorpen Ter Apel, Bourtange, Wedden in de regio Westerwolde. De techniek zendt informatie over bepaalde bijzondere plekken uit de dorpen naar smartphones, als de ontvangers daarvoor toestemming hebben gegeven. Hiermee worden bezoekers van de regio Westerwolde meer betrokken.

Hoe kleiner, hoe gelukkiger

Hoewel voorzieningen een dorpsgemeenschap beter leefbaar houden, zegt dat niet alles over het geluksniveau dat in dorpen ervaren wordt, vertelt Jan Dirk Gardenier, eigenaar van het Groningse adviesbureau CAB. Hij voerde een sociologisch onderzoek uit naar het platteland van Noord-Groningen. CAB interviewde tweeduizend mensen, van jong tot oud, over hoe zij het leven op het platteland ervoeren. “Wat opviel was dat juist mensen in de allerkleinste dorpen, dus zonder voorzieningen, het gelukkigst waren”, vertelt Gardenier. “Dit is tegen de intuïtie in, want je zou denken dat plekken juist minder aantrekkelijk zijn, als er minder voorzieningen zijn. Dat ligt in Noord-Groningen toch iets genuanceerder.”

‘Een dorp is niet meer zoals vroeger’

“Ouders uit die kleine dorpen vinden het bijvoorbeeld lang niet altijd erg dat ze naar het volgende dorp moeten rijden om de kinderen naar school te brengen”, legt Gardenier uit. “Een dorp is ook niet meer de entiteit die het vroeger was. Mensen zijn nu veel mobieler, kunnen makkelijk met de auto ergens naartoe rijden. Dat vergt een andere blik op het dorp: ook in Groningen is het volgende dorp immers vaak maar 5 kilometer verderop.”

Culturele voorzieningen

Gardenier ziet ook veel initiatieven van burgers die de leefbaarheid bevorderen. Dit zijn lang niet altijd ideeën die te maken hebben met nutsvoorzieningen. “Ook culturele voorzieningen zijn belangrijk. Zo zie ik hier veel animo om bijvoorbeeld festivals te organiseren. Die creëren sociale cohesie en reuring. Ik woon zelf in de buurt van Roodeschool en daar is echt genoeg te doen. Initiatieven hoeven dus niet altijd structureel te zijn, zoals beleidsmakers graag zien. Mensen zoeken uiteindelijk toch iets om te doen wat ze leuk vinden.”

Zelfredzaamheid in de stad

Steeds meer plattelandsgemeenten weten door gezamenlijke initiatieven het hoofd prima boven water te houden. Sterker nog: de burgers weten elkaar (of het andere dorp) heel goed te vinden. Misschien wel meer dan in de stad, waar naoberschap minder aanwezig is. Eén van de redenen waarom de Delta Lloyd Foundation door vrijwillige inzet van Delta Lloyd medewerkers kwetsbare huishoudens helpt om financieel zelfredzaam te worden. Kijk hier welke lokale projecten de Foundation steunt in Amsterdam, Rotterdam, Arnhem en Zwolle.

Ook interessant voor u: